Terug naar overzicht

Wet van 18 december 2025: overzicht nieuwe fiscale hervormingen

Door Accountants Academy op

Met de publicatie van de wet houdende diverse fiscale bepalingen op 30 december 2025 zet de federale wetgever een brede hervormingsbeweging in gang. De meeste maatregelen gelden vanaf aanslagjaar 2026 en raken zowel particulieren als ondernemingen. Opvallend is niet alleen de omvang van het pakket, maar ook de duidelijke beleidslijn: vereenvoudigen, verbreden van de belastingbasis en tegelijk gerichte stimulansen behouden.

Meer controle en langere blik van de fiscus

In de strijd tegen fiscale fraude krijgt de fiscus meer slagkracht. Zo wordt het toepassingsgebied van het Centraal Aanspreekpunt (CAP) bij de Nationale Bank uitgebreid. Voortaan moeten ook rekeningen met crypto-activa worden gemeld, en krijgt de fiscus toegang tot het CAP voor de controle van de jaarlijkse taks op effectenrekeningen. Datamining wordt expliciet mogelijk gemaakt.

Tegelijk worden eerdere uitbreidingen van aanslag- en controletermijnen grotendeels teruggeschroefd. De fraudetermijn daalt opnieuw van tien naar zeven jaar, net als de bewaartermijn voor boeken en stukken. De onderscheidingen tussen semi-complexe en complexe aangiften verdwijnen, wat het kluwen aan termijnen aanzienlijk vereenvoudigt.

Pensioen en personeelsvoordelen onder de loep

Ook het aanvullend pensioen in de tweede pijler wordt zwaarder belast. Vanaf 2027 komt er een solidariteitsbijdrage van 2% op kapitalen boven 150.000 euro, terwijl de Wijninckx-bijdrage al in 2026 fors stijgt van 3% naar 12,5%.

Daartegenover staat een positieve maatregel voor werknemers: de maximale werkgeverstussenkomst in maaltijdcheques stijgt naar 8,91 euro per dag. Als dat plafond wordt benut, verdubbelt ook het fiscaal aftrekbare deel voor de werkgever.

Strengere regels voor gezinnen en onderhoudsuitkeringen

Voor wie personen ten laste wil opnemen in de aangifte, worden de voorwaarden strenger. Het plafond van de nettobestaansmiddelen voor kinderen wordt uniform vastgelegd op 12.000 euro. Daarnaast verdwijnen enkele categorieën volledig uit het statuut van “ten laste”, zoals leefloners en personen die beroepsinkomsten genieten die aftrekbare kosten zijn voor de belastingplichtige.

Ook onderhoudsuitkeringen ontsnappen niet aan de hervorming. De aftrekbaarheid wordt geleidelijk afgebouwd van 80% naar 50% tegen 2027. Bovendien blijft de aftrek enkel mogelijk als de begunstigde in de EER of Zwitserland woont.

Vastgoed en giften: minder fiscale mildheid

Een van de meest ingrijpende wijzigingen situeert zich in de vastgoedfiscaliteit. De federale interestaftrek voor leningen voor niet-eigen woningen verdwijnt volledig, inclusief voor lopende kredieten. Ook andere klassieke voordelen sneuvelen, zoals de federale woonbonus, bouwsparen en de belastingvermindering voor groene leningen.

Daarnaast wordt ook de belastingvermindering voor giften teruggeschroefd van 45% naar 30%. Samen met het schrappen van diverse kleinere fiscale regimes past dit in een bredere vereenvoudiging van de aangifte.

Ondernemingen: meer focus op investeringen en groepsstructuren

Voor ondernemingen bevat de wet zowel stimulansen als beperkingen. De investeringsaftrek wordt aantrekkelijker doordat de overdraagbaarheid in de tijd onbeperkt wordt en de thematische aftrek voor grote vennootschappen stijgt naar 40%.

Op groepsniveau wordt de DBI-aftrek uitgebreid: voortaan kunnen ook groepsbijdragen onder voorwaarden genieten van deze regeling. Dat verhoogt de flexibiliteit bij interne verliescompensatie.

Tegelijk worden DBI-beveks strenger aangepakt. Er komt een afzonderlijke heffing van 5% op eerder vrijgestelde meerwaarden en de verrekening van roerende voorheffing wordt beperkt als niet aan de minimumbezoldiging is voldaan.

Expatregime en flexi-jobs: gerichte versoepeling

Niet alle maatregelen zijn verstrenging. Het expatstelsel wordt aantrekkelijker door:

  • verhoging van het kostenforfait naar 35%

  • afschaffing van het plafond van 90.000 euro

  • verlaging van het minimumloon naar 70.000 euro.

Ook flexi-jobbers mogen meer bijverdienen: het onbelast plafond stijgt naar 18.000 euro per jaar.

Autofiscaliteit en zelfstandigen

Tot slot zijn er aanpassingen in de autofiscaliteit, met een nieuw aftrekbaarheidsschema voor plug-in hybrides en een soepelere definitie van “valse” hybrides. Voor zelfstandigen in eenmanszaak wordt dan weer het belastingkrediet voor aangroei van eigen middelen verdubbeld tot maximaal 7.500 euro.

De rode draad is duidelijk: minder versnippering, meer controle, maar ook gerichte stimuli waar de wetgever economische dynamiek wil ondersteunen. De fiscale puzzel wordt eenvoudiger, maar niet noodzakelijk lichter.