Wat veranderde er fiscaal vanaf 2026?
Sinds 1 januari 2026 zijn in België verschillende fiscale regels aangepast. Hieronder vind je een vollediger overzicht, met de belangrijkste cijfers en concrete percentages.
Verlaagd verkooprecht in Vlaanderen: 2% blijft, maar strenger toegepast
In het Vlaanderen blijft het verlaagd registratierecht van 2% (in plaats van 12%) gelden voor de aankoop van een enige en eigen woning.
De voorwaarden zijn echter verstrengd. Het gunsttarief geldt enkel nog voor natuurlijke personen die de volle eigendom verwerven. Aankopen via een vennootschap of via gesplitste constructies (zoals vruchtgebruik en blote eigendom) komen niet langer in aanmerking.
Daarnaast moet de koper zich binnen drie jaar domiciliëren in de woning én er minstens één jaar ononderbroken effectief wonen.
Familiale ondernemingen: scherpere afbakening van het voordeel
De gunstregeling voor de overdracht van familiale ondernemingen via schenking of erfenis wordt beperkt.
- Enkel het economisch actieve vermogen van de onderneming komt nog in aanmerking voor het verlaagd tarief (3% of 7%) of de vrijstelling.
- Residentieel vastgoed (zoals woningen of bouwgronden) binnen de vennootschap valt niet langer onder de gunstregeling.
- Bij overdracht van aandelen is voortaan een verplicht waarderingsverslag nodig.
Hiermee wil de wetgever misbruikconstructies en passieve vastgoedvennootschappen uitsluiten van het gunstregime.
Nieuwe erfregeling voor alleenstaanden zonder kinderen
Alleenstaanden zonder partner of afstammelingen krijgen ruimere mogelijkheden om iemand fiscaal gunstig te bevoordelen via testament.
Zij kunnen tot 100.000 euro nalaten aan verlaagde tarieven:
- 3% op de eerste 50.000 euro
- 9% op de volgende 50.000 euro
Dit vervangt de vroegere “vriendenerfenis”, die beperkt was tot 15.000 euro aan 3%.
Hogere vrijstelling voor de langstlevende partner
De vrijstelling in de erfbelasting voor de langstlevende partner op roerende goederen (zoals spaargeld en beleggingen) stijgt van 50.000 euro naar 75.000 euro.
Dat betekent dat de eerste 75.000 euro aan roerend vermogen voortaan belastingvrij kan worden geërfd.
Financiële activa en effectenrekeningen
Er ligt een voorstel op tafel voor een meerwaardebelasting op financiële activa (zoals aandelen en obligaties). De concrete modaliteiten en exacte inwerkingtreding zijn nog niet definitief vastgelegd.
Daarnaast wordt de taks op effectenrekeningen van meer dan 1 miljoen euro verhoogd van 0,15% naar 0,30% (voor de referentieperiode die eindigt op 30 september 2026).
Wijzigingen in de vennootschapsfiscaliteit
Ook binnen vennootschappen wijzigen enkele regimes:
- DBI-fondsen: om roerende voorheffing te kunnen verrekenen met de vennootschapsbelasting moet een minimale bezoldiging (bijvoorbeeld 45.000 euro) aan een bedrijfsleider worden toegekend. Bovendien komt er een 5% heffing op gerealiseerde meerwaarden bij verkoop van DBI-fondsaandelen.
- Liquidatiereserves: de wachttermijn wordt verkort van 5 jaar naar 3 jaar. Tegelijk stijgt de roerende voorheffing bij uitkering van 5% naar 6,5%, waardoor de totale effectieve belastingdruk bij uitkering uitkomt op 15% (vroeger 13,64%).
Bron: Nagelmackers