Te veel forfaitaire voordelen in het loon? Tijd voor een grondige check
Sinds januari 2026 is het fiscale speelveld voor de verloning van bedrijfsleiders ingrijpend gewijzigd. De overheid voert immers een plafond in voor het gebruik van forfaitair gewaardeerde voordelen: die mogen voortaan nog hoogstens 20 procent van het totale loonpakket uitmaken. Voor kmo-zaakvoerders is dat een duidelijk signaal om hun verloningsstructuur opnieuw onder de loep te nemen, nog voor de fiscus dat doet.
De federale regering heeft intussen een wetsontwerp goedgekeurd dat deze beperking vastlegt. Hoewel de parlementaire goedkeuring pas begin 2026 wordt verwacht, staat de richting vast. De maatregel kadert in de bredere ambitie om loonpakketten minder te laten steunen op voordelen die fiscaal gunstig, maar vaak kunstmatig laag worden gewaardeerd.
Welke voordelen worden geviseerd?
Het gaat om voordelen van alle aard die niet belast worden op hun werkelijke waarde, maar op basis van een forfait. Denk aan het privégebruik van een bedrijfswagen, een smartphone of een laptop, maar ook aan het ter beschikking stellen van vastgoed via de vennootschap of het toekennen van aandelenopties. Precies omdat de forfaitaire waardering vaak ver onder de reële kost blijft, waren deze voordelen populair. Die praktijk wil de wetgever nu temperen.
Impact op verlaagd tarief vennootschapsbelasting
Wie de nieuwe grens overschrijdt, kan dat fiscaal voelen. Het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting komt dan in het gedrang. Kleine vennootschappen genieten vandaag van een tarief van 20 procent op de eerste 100.000 euro winst, op voorwaarde dat de bedrijfsleider een minimale bruto bezoldiging ontvangt. Die minimumbezoldiging bedraagt momenteel 45.000 euro en stijgt vanaf 2026 naar 50.000 euro. Wordt vastgesteld dat meer dan 20 procent van het loonpakket uit forfaitaire voordelen bestaat, dan vervalt het verlaagde tarief en geldt opnieuw het standaardtarief van 25 procent.
Wanneer wordt het risicovol?
In de praktijk zal niet elke bedrijfsleider meteen in de problemen komen. Voor wie zijn loon aanvult met klassieke voordelen zoals een wagen en communicatiemiddelen, blijft het aandeel meestal beperkt. De situatie wordt gevoeliger zodra zwaardere voordelen in het spel komen, zoals het privégebruik van een woning die eigendom is van de vennootschap. Bij duur vastgoed kan het forfaitaire voordeel snel oplopen en een aanzienlijk deel van het totale loonpakket opslorpen.
Bijsturen: loon verhogen of tarief aanvaarden
Wie boven de drempel uitkomt, kan het vaste loon verhogen om het relatieve gewicht van de voordelen te verminderen. Dat is echter geen neutrale keuze. Een hoger loon betekent ook hogere sociale bijdragen en een grotere fiscale druk in de personenbelasting. In sommige dossiers kan het daarom rationeel zijn om het verlaagde vennootschapstarief los te laten en het standaardtarief te aanvaarden, wat neerkomt op een beperkte meerbelasting op de eerste winstschijf.
Ook impact op werknemers
De impact van de nieuwe regels reikt verder dan de bedrijfsleider alleen. Ook op het niveau van werknemers wil de overheid het gebruik van forfaitaire voordelen indijken. Wanneer bij een onderneming meer dan 20 procent van het totale loon van alle werknemers samen uit dergelijke voordelen bestaat, wordt het overschrijdende deel onderworpen aan een bijzondere heffing van 7,5 procent. Die bijdrage is bovendien niet fiscaal aftrekbaar.
Tijd voor een kritische doorlichting
De boodschap is duidelijk: een evenwichtige verloningsmix wordt cruciaal. Voor kmo-zaakvoerders is het aangewezen om hun loonpakket tijdig te laten doorlichten en samen met hun accountant of adviseur na te gaan of aanpassingen nodig zijn. Zo blijft de verloning beheersbaar en fiscaal doordacht, zonder onaangename verrassingen voor de vennootschap.