Op 31 maart 2026 lopen enkele fiscale deadlines af. In dit artikel sommen we de belangrijkste aandachtspunten op.
Onroerende voorheffing: proportionele vermindering bij improductiviteit
Voor aanslagjaar 2025 kan tot uiterlijk 31 maart 2026 bezwaar worden ingediend tegen het aanslagbiljet onroerende voorheffing wanneer een gebouw in de loop van 2025 gedurende minstens 90 dagen geen inkomsten heeft opgebracht door onvrijwillige leegstand. Denk aan situaties van grondige renovatie, afbraak, of een langdurige periode van te huur- of te koopstelling zonder effectieve ingebruikname.
Ook bij gehele of gedeeltelijke vernieling – bijvoorbeeld door brand of instorting – kan een proportionele vermindering worden gevraagd, op voorwaarde dat het vernielde deel minstens 25% van het kadastraal inkomen vertegenwoordigt. De aanvraag verloopt via een gemotiveerd bezwaarschrift bij de Vlaamse Belastingdienst. Werd het aanslagbiljet niet in 2025 ontvangen? Dan geldt de reguliere bezwaartermijn van drie maanden vanaf de kennisgeving.
Opgelet: in het Waalse en Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelden andere regels.
Een gelijkaardige vermindering kan in Vlaanderen worden gevraagd voor materieel en outillage. Als een machinepark in 2025 gedurende minstens 90 dagen volledig of gedeeltelijk (minstens 25%) buiten gebruik was, kan een proportionele vermindering worden aangevraagd. In tegenstelling tot gebouwen is hier geen onvrijwillig karakter vereist. Ook bij vernieling van minstens 25% van het machinepark geldt dezelfde mogelijkheid.
Bestemmingswijziging van voorafbetalingen
Vennootschappen met een boekjaar dat afsluit op 31 december 2025 en die een overschot aan voorafbetalingen hebben opgebouwd, kunnen tot en met 31 maart 2026 dat saldo heroriënteren. Dit kan relevant zijn in het kader van cashplanning en optimalisatie van fiscale posities binnen een groep.
Concreet kan het tegoed vervroegd worden teruggevraagd in 2026, aangewend worden ter aanzuivering van andere openstaande fiscale schulden, of worden omgezet in een voorafbetaling voor het eerste kwartaal van boekjaar 2026. De aanvraag verloopt via het MyMinfin-portaal.
Als de voorafbetalingen gefinancierd werden via een kredietlijn, verdient het aanbeveling om vooraf de kredietvoorwaarden te analyseren. Een rechtstreekse terugbetaling aan de vennootschap kan immers strijdig zijn met contractuele afspraken met de financierende bank.
Attest voor verhoogde thematische investeringsaftrek
Voor investeringen in energiebesparende maatregelen uitgevoerd in 2025, kan voor aanslagjaar 2026 aanspraak worden gemaakt op de verhoogde thematische aftrek: 40% voor natuurlijke personen en kleine vennootschappen, 30% voor andere vennootschappen. Bij onvoldoende belastbare basis blijft overdracht in de tijd mogelijk.
Voor toepassing is een attest vereist dat het energiebesparend karakter van de investering bevestigt. Voor boekjaren afgesloten op 31 december geldt in principe een indiening tegen 31 maart van het daaropvolgende jaar. Voor investeringen in boekjaar 2025 werd de uiterste indieningsdatum evenwel uitzonderlijk verlengd tot 30 juni 2026.
Patrimoniumtaks: aangifte en betaling
Vzw’s, internationale vzw’s en private stichtingen blijven onderworpen aan de jaarlijkse patrimoniumtaks op hun bezittingen. Voor aanslagjaar 2026 moeten zowel aangifte als betaling uiterlijk op 31 maart 2026 (vóór 12 uur!) gebeuren, digitaal via MyMinfin of op papier.
Bedraagt het belastbaar patrimonium niet meer dan 50.000 euro? Dan geldt een vrijstelling en is geen aangifte vereist. Er bestaat evenmin een meldingsplicht richting fiscus om deze vrijstelling te bevestigen.