Nieuwe fase in de modernisering van de btw-keten vanaf 1 mei 2026
De Belgische btw-administratie zet haar traject naar een gemoderniseerde btw-keten verder. Dat hervormingsproject heeft betrekking op het volledige proces rond btw-aangiftes, betalingen, controles en terugbetalingen. Een eerste pakket maatregelen trad al in werking op 1 januari 2025, maar een aantal onderdelen werd uitgesteld omdat de technische implementatie bij de administratie nog niet volledig rond was.
Intussen staat vast dat een volgende fase van de hervorming van start gaat op 1 mei 2026. Voor accountants betekent dat opnieuw enkele wijzigingen in de manier waarop btw-verplichtingen van klanten moeten worden opgevolgd.
Uitstel van de indienings- en betaaltermijn voor kwartaalaangiftes
Een eerste praktische aanpassing heeft betrekking op de deadlines voor btw-aangiftes. Ondernemingen die per kwartaal aangifte doen, krijgen voortaan iets meer tijd om hun verplichtingen na te komen. Zowel de indiening van de aangifte als de betaling van de verschuldigde btw verschuift van de 20ste naar de 25ste dag van de maand die volgt op het kwartaal.
Voor maandaangevers blijft de huidige timing ongewijzigd. Met deze maatregel wil de overheid vooral kleinere ondernemingen, die vaker met kwartaalrapportering werken, wat extra administratieve ruimte geven. Voor accountantskantoren betekent dit dat de interne planningen voor kwartaaldossiers mogelijk licht moeten worden aangepast.
Nieuwe btw-provisierekening vervangt rekening-courant
Een structurelere wijziging is de afschaffing van de klassieke btw-rekening-courant. In de plaats komt een btw-provisierekening waarop alle btw-posities van een onderneming worden samengebracht.
Op die rekening zal de administratie onder meer registreren:
- verschuldigde btw-bedragen
- btw-tegoeden
- het gebruik van die tegoeden voor toekomstige verplichtingen
Het doel van dit systeem is een duidelijker en centraler overzicht van btw-kredieten te creëren. Wanneer een onderneming een tegoed heeft dat niet onmiddellijk wordt teruggevraagd, wordt dat automatisch op de provisierekening geplaatst. Van daaruit kan het later worden aangewend om nieuwe btw-schulden te vereffenen of alsnog worden terugbetaald.
De eerste aangiften die onder deze nieuwe regeling vallen zijn:
- de btw-aangifte van april 2026 voor maandaangevers
- de btw-aangifte van het tweede kwartaal 2026 voor kwartaalaangevers
- Terugbetaling van btw-tegoeden: striktere koppeling aan de aangifte
Ook de procedure voor btw-teruggaven wordt aangepast. In de toekomst kan via de periodieke aangifte enkel het btw-tegoed worden teruggevraagd dat rechtstreeks uit die aangifte voortvloeit, namelijk het bedrag dat in rooster 72 wordt vermeld.
Wordt er geen teruggaaf gevraagd, of wordt de terugbetaling niet toegekend, dan wordt het bedrag doorgaans automatisch overgebracht naar de nieuwe btw-provisierekening. Daar blijft het beschikbaar voor latere verrekening of een toekomstige teruggaafaanvraag.
Voor maandaangevers wordt de procedure tegelijk vereenvoudigd: de versnelde maandelijkse teruggaafregeling wordt voortaan automatisch toegepast. Een afzonderlijke vergunning aanvragen bij de administratie is dus niet langer nodig.
Betaling via domiciliëring en nieuwe rekeningnummers
Sinds 2025 kunnen ondernemingen hun btw-betalingen ook via domiciliëring laten uitvoeren. Die mogelijkheid blijft facultatief, maar kan in de praktijk helpen om laattijdige betalingen te vermijden.
Vanaf 1 mei 2026 worden bovendien nieuwe rekeningnummers ingevoerd voor btw-betalingen. Voor accountants en hun klanten is het daarom belangrijk om tijdig betaaltemplates, permanente overschrijvingen en instellingen in boekhoud- of ERP-software aan te passen.
Strengere opvolging bij niet-naleving
Naast administratieve vereenvoudigingen bevat de hervorming ook een aantal maatregelen die de naleving moeten versterken.
Bij laattijdige betaling van btw kunnen proportionele boetes worden opgelegd die variëren van 5 tot 15 procent van het verschuldigde bedrag.
Daarnaast krijgt de administratie de mogelijkheid om zelf een vervangende aangifte op te stellen wanneer een onderneming drie maanden na het betrokken aangiftetijdvak nog steeds geen btw-aangifte heeft ingediend.
Ook de termijnen voor informatieverzoeken worden duidelijker afgebakend: ondernemingen beschikken in principe over één maand om te antwoorden op vragen van de fiscus.