Terug naar overzicht

Hogere roerende voorheffing op uitkering van reserves: tijd voor actie, of net niet?

Door Accountants Academy op

Eind 2025 kondigde de federale regering een belangrijke fiscale wijziging aan die rechtstreeks impact heeft op ondernemers: de roerende voorheffing op bepaalde winstuitkeringen stijgt van 15% naar 18%. Door een uitgestelde stemming van de programmawet treedt deze maatregel ten vroegste op 1 juni 2026 in werking.

Wat verandert er concreet?

De verhoging viseert in de eerste plaats het VVPRbis-stelsel, dat kleine vennootschappen toelaat om dividenden uit te keren aan een verlaagd tarief na een wachttijd van drie jaar. Dat tarief stijgt binnenkort dus van 15% naar 18%. Voor liquidatiereserves wordt de totale belastingdruk eveneens opgetrokken naar 18%, al blijft een belangrijk voordeel behouden: uitkeringen bij vereffening blijven vrijgesteld.

Opvallend is het verschil in overgangsmaatregelen. Voor liquidatiereserves die werden opgebouwd tot eind 2025 geldt een zogenaamde grandfathering: zij blijven onder het oude regime vallen. Voor VVPRbis is dat niet het geval, wat de druk verhoogt om tijdig beslissingen te nemen.

Uitkeren vóór juni 2026?

Door het uitstel van de wetgeving ontstaat de mogelijkheid om uitkeringen nog aan 15% te laten gebeuren, op voorwaarde dat de beslissing tijdig en correct wordt vastgelegd. Dat lijkt aantrekkelijk, maar vraagt nuance.

Een dividend uitkeren verlaagt immers de waarde van je vennootschap. En net die waarde op 31 december 2025 speelt een rol in de toekomstige berekening van de meerwaardebelasting. Wie op termijn een verkoop overweegt, moet dus goed nadenken: een hogere kaspositie kan later fiscaal voordelig zijn.

Liquiditeit en kosten

Naast fiscale optimalisatie spelen ook praktische overwegingen. Beschikt je vennootschap over voldoende liquide middelen om de roerende voorheffing te betalen? Zo niet, dan kan een uitkering financieel nadelig uitvallen.

Bovendien brengt elke dividenduitkering administratieve verplichtingen met zich mee: denk aan verslaggeving, dubbele uitkeringstesten en formele goedkeuringen. De kosten daarvan moeten opwegen tegen het voordeel van een lagere belasting.

Antimisbruik en voorzichtigheid

De wetgever kijkt mee. Pogingen om via kunstgrepen – zoals het wijzigen van de boekjaarafsluiting – alsnog onder het oude regime te vallen, zullen vermoedelijk worden tegengehouden via antimisbruikbepalingen.

Afwegen is de boodschap

Er bestaat geen one-size-fits-all antwoord. Voor sommige ondernemers kan een vervroegde uitkering interessant zijn, voor anderen net niet. Factoren zoals groeiplannen, verkoopintenties en liquiditeitspositie spelen allemaal mee.