In februari 2025 presenteerde de regering-De Wever I haar regeerakkoord, waarin fiscale hervormingen een belangrijke rol spelen. Eind maart wordt een programmawet met de eerste maatregelen in het federale parlement besproken. De focus ligt op budgettaire versterking en de financiering van de taxshift.
We geven een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.
Hogere drempel voor DBI-aftrek
De drempel voor definitief belaste inkomsten (DBI) stijgt van 2,5 naar 4 miljoen euro. Dit raakt vooral kleinere bedrijven en buitenlandse investeerders. Grotere ondernemingen moeten aantonen dat hun deelnemingen duurzaam zijn en geen loutere beleggingen. DBI-fondsen blijven grotendeels ongewijzigd, maar bij verkoop wordt voortaan 5% belasting geheven op de meerwaarde.
Kortere wachttijd voor liquidatiereserves
Ondernemers kunnen hun liquidatiereserves al na drie jaar opnemen in plaats van vijf, maar de roerende voorheffing stijgt van 5% naar 6,5%. Vervroegde uitkering blijft belast tegen 30%. Dit verhoogt de flexibiliteit voor ondernemers, terwijl de overheid extra belastinginkomsten genereert.
Permanente fiscale regularisatie
Een nieuwe regeling maakt het mogelijk om niet-aangegeven kapitaal te regulariseren tegen verhoogde boetes. Verjaard kapitaal wordt belast aan 45%, niet-verjaard kapitaal aan 30% plus de verschuldigde belasting. Erfgenamen met een geval van 'goede trouw' krijgen een lagere boete. De overheid hoopt hiermee fiscale fraude te verminderen.
Striktere taks op effectenrekeningen
Om ontwijking van de 0,15%-taks op effectenrekeningen boven 1 miljoen euro tegen te gaan, worden transacties die belastingontwijking beogen strenger gecontroleerd. Ook spreiding over meerdere rekeningen ontsnapt niet meer aan de belastingplicht.
Uitbreiding Centraal Aanspreekpunt (CAP)
Het CAP houdt nu ook cryptorekeningen en gokrekeningen boven 10.000 euro bij. Datamining helpt verdachte transacties op te sporen. Daarnaast worden buitenlandse financiële gegevens geïntegreerd, waardoor de fiscus gerichter kan optreden tegen internationale belastingontduiking.
Bevriezing van fiscale plafonds
Tot 2030 blijven diverse belastingvoordelen ongewijzigd, zoals die voor pensioensparen en vrijgestelde dividenden (833 euro). Enkel het pensioensparen wordt in 2025 nog geïndexeerd. Dit zorgt voor stabiliteit in de begroting, maar beperkt de voordelen voor spaarders.
Afschaffing federale intrestaftrek
Vanaf 2026 verdwijnt de fiscale aftrek voor leningen op tweede verblijven en investeringsvastgoed, ook voor bestaande leningen. Dit kan gevolgen hebben voor de vastgoedmarkt en eigenaars aansporen tot herstructurering van hun portefeuille.
Lagere belastingvermindering voor giften
Het belastingvoordeel voor giften aan goede doelen daalt in 2026 van 45% naar 30%. Ook fiscale voordelen voor huisbedienden en adoptieprocedures worden geschrapt. Goede doelen zullen zich moeten aanpassen aan mogelijke dalende inkomsten.
Geen sanctie bij eerste fout
Belastingplichtigen die per ongeluk een fout maken, worden niet meteen gesanctioneerd. Pas bij een tweede overtreding binnen drie jaar volgt een boete. Dit zorgt voor een eerlijkere benadering, terwijl accountants hun klanten beter kunnen begeleiden.
Lagere btw op sloop en heropbouw
Het verlaagde btw-tarief van 6% voor sloop en heropbouw geldt opnieuw voor projectontwikkelaars, zij het met beperkingen. Particuliere bouwheren behouden de oude grens van 200 m², terwijl professionals rekening moeten houden met een limiet van 175 m². Dit stimuleert de bouwsector en verhoogt het woningaanbod.
De komende parlementaire besprekingen zullen uitwijzen of verdere aanpassingen nodig zijn.
(bron: De Tijd, 14 maart 2025)