Terug naar overzicht

CFC-wetgeving: verduidelijkingen en gevolgen voor Belgische vennootschappen

Door Accountants Academy op

Sinds aanslagjaar 2024 zijn de regels rond Controlled Foreign Companies (CFC’s) verder aangescherpt. Deze wetgeving voorkomt dat Belgische vennootschappen via buitenlandse dochterondernemingen winsten onbelast laten accumuleren.

In december 2024 publiceerde de fiscus een circulaire (2024/C/82) met verduidelijkingen over de nieuwe regels en hun toepassing.

Een vennootschap wordt als CFC beschouwd als ze voldoet aan twee voorwaarden:

  • Participatievoorwaarde: de Belgische vennootschap bezit minstens één aandeel in de buitenlandse entiteit.

  • Taxatievoorwaarde: de buitenlandse entiteit betaalt minder dan de helft van de belasting die in België zou gelden.

Als een vennootschap aan beide voorwaarden voldoet, moet ze de CFC opnemen in haar aangifte en kan ze belast worden op de niet-uitgekeerde winsten. Hierop bestaan echter uitzonderingen, zoals de substantievrijstelling. Deze geldt als de buitenlandse entiteit een reële economische activiteit uitvoert met personeel en fysieke middelen.

Een belangrijke verduidelijking uit de circulaire betreft intragroepdiensten en holdingstructuren. Niet elke vennootschap die uitsluitend diensten levert binnen een groep of een holdingfunctie vervult, komt automatisch in aanmerking voor de substantievrijstelling. De fiscus zal per geval beoordelen of er daadwerkelijk economische activiteit is.