Boek 7 Burgerlijk Wetboek: duidelijke opdrachtbrieven voorkomen discussies
De invoering van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek brengt vanaf 1 september 2027 nieuwe regels voor bijzondere contracten, waaronder dienstencontracten. Voor accountantskantoren is dat relevant bij het vastleggen van opdrachten, het aanrekenen van onverwacht meerwerk en het omgaan met discussies over erelonen. Duidelijke afspraken vooraf kunnen veel problemen vermijden.
Nieuwe regels voor dienstencontracten
De hervorming van het Burgerlijk Wetboek verloopt in verschillende thematische boeken. Met de wet van 22 juli 2026, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 23 september 2026, wordt Boek 7 ‘Bijzondere contracten’ ingevoerd. De nieuwe bepalingen treden op 1 september 2027 in werking.
Boek 7 brengt onder meer verschillende bestaande contractvormen samen in een dienstencontract. Dat is relevant voor typische accountantsopdrachten, zoals het voeren van de boekhouding, het opmaken van jaarrekeningen en het verlenen van advies.
De contractuele afspraken blijven het uitgangspunt. De nieuwe regels vullen aan waar overeenkomsten onduidelijk zijn of geen antwoord bieden. Voor accountantskantoren geldt het belang van een goed uitgewerkte opdrachtbrief, met een duidelijke omschrijving van de dienstverlening en de bijbehorende vergoeding.
Wat als de boekhouding tegenvalt?
Een ondernemer aanvaardt bijvoorbeeld een vaste prijs voor de jaarafsluiting, omdat hij ervan uitgaat dat de boekhouding grotendeels bijgewerkt is. Bij de start van de opdracht blijkt echter dat verschillende maanden nog moeten worden verwerkt en dat eerdere aangiften fouten bevatten. Het bijkomende werk kan de oorspronkelijke inschatting aanzienlijk overstijgen.
Boek 7 biedt een specifiek kader voor dienstenopdrachten die zwaarder of duurder uitvallen dan partijen bij het sluiten van de overeenkomst konden voorzien. De precieze voorwaarden en gevolgen moeten worden beoordeeld aan de hand van de definitieve wettekst.
Als accountant doe je er daarom goed aan om in opdrachtbrieven de uitgangssituatie van de boekhouding vast te leggen, te beschrijven welke controles bij de opstart plaatsvinden en te bepalen wanneer bijkomend werk aanleiding geeft tot overleg over prijs en timing. Zo ontstaat een duidelijker kader om de opdracht zo nodig te heronderhandelen.
Ook aandacht voor documenten bij ereloongeschillen
Een tweede aandachtspunt is het retentierecht. Bij discussies over openstaande facturen houden dienstverleners soms documenten achter tot betaling volgt. Volgens de besproken evolutie in de rechtspraak is dat recht voor accountants eerder beperkt.
De boekhouding en originele stukken behoren in principe toe aan de onderneming en moeten op verzoek tijdig worden overgedragen, ook wanneer er discussie bestaat over erelonen. Interne werknota’s en berekeningen kunnen in bepaalde omstandigheden anders worden behandeld. De precieze verhouding tussen Boek 7 en de rechtspraak vraagt verdere juridische interpretatie.
Bereid je kantoor tijdig voor
Hoewel Boek 7 pas in september 2027 in werking treedt, loont het om bestaande opdrachtbrieven nu al te evalueren. Leg vast welke informatie de klant aanlevert, welke instapcontroles het kantoor uitvoert en hoe onverwacht meerwerk wordt besproken en aangerekend. Maak ook duidelijke afspraken over de overdracht van documenten bij een conflict.
Een transparante opdrachtbrief beschermt niet alleen de samenwerking met de klant, maar helpt ook verwachtingen, verantwoordelijkheden en vergoedingen beter op elkaar af te stemmen.